19.

DE AMBTEN ALS UITDELERS DER MENIGERLEI GAVEN GODS.

 

1 Korinthe 4:1.2:

 

God werkt Zijn heil áán de mensen, dóór mensen, Zijn dienst­knechten die van Hem de sleutelen van het Koninkrijk hebben ontvangen: 0penb.20:1-3; Lukas 11:52

God toont dus éérst alles aan Zijn dienstknechten: 0penb.1:1;

Christus toonde alles aan Zijn discipelen; 0nder leiding van de Heilige Geest moeten wij dus Gods Woord onderzoeken en dan maakt God Zijn verborgenheden aan ons bekend:

Efez. 3:1-11;

 

Eeuwen verborgen, maar het werd aan Gods dienaren geopen­baard,namelijk:

le. verborgenheid:       De beloofde Verlosser,Gods Zoon: 1 Korinthe 2: 6,7;

2e. verborgenheid:      De, als mens geopenbaarde: 1 Korinthe 2: 8-16;

Hij nam onze zonden op Zich in Zijn kruisdood; voor de Grieken een dwaasheid, voor de Joden een ergernis, maar voor het kind van Gods een waarheid: 1 Timotheüs 3:16;

 

Getrouw: gerechtigheid bij de dienstknechten,want, gerechtigheid zal de gordel Zijner lendenen zijn: Jesaja ll: 5;

Zó zullen dus Zijn ambten in waarheid en gerechtigheid de uitdelers van Zijn verborgenheden zijn.

 

1 Petrus 4:10.11:

Niet alleen voor ambten of dienaren, maar voor allen die de Heilige Geest ontvangen hebben.

Ook hun taak is het om te getuigen tegen hun medemensen, in liefde de rijkdom Gods (Gods Woord) uitdelende: Spreuken 3:28;

Ook onze daden moeten daarmee overeenstemmen. (zie ook 1 Korinthe 15:58)

 

Hebreeën 5:4.5:

God was het Zelf Die Zijn dienaren aanstelde, Dus, zo als Aaäron in het verleden tot zijn ambt geroepen werd: Exodus 4: 10-16;  Exodus 28:1 (priesterambt); 1 Kron. 23:13,

 

De Levieten werden door God aangesteld als pries­ters,(bloeiende staf): Numeri 17:1-5 en 8;

 

0ok in het Nieuwe Testament was het God, Die door Zijn Heilige Geest Zijn dienaren riep en stelde: Hand.20:28;

 

Als God Zelf dan door Zijn ambten de werkende is, dan eist Hij ook gehoorzaamheid AAN HEN.! Num.12:1-8-10;

 

0ok in het Nieuwe Testament vinden wij hiervan een voorbeeld, namelijk van de macht van God, dóór het apostelambt.

 

Handelingen 13:6-12,

Hier dus als een tijdelijke blindheid.