6 .
VERBONDSTEKEN IN PLAATS VAN BESNIJDENIS.
Romeinen 2:28.29:
Wat is besnijdenis ?
Vers 28:
Genesis 17: Hier zien wij hoe de Here God met Abraham een Verbond maakt en daarvoor als uiterlijk teken de besnijdenis geeft.
Dit teken werd bevestigd, ofwel gesneden in het lichaam van Abraham tot een eeuwige gedachtenis. (vrs.1,9,11)
Abraham heeft de Here God gevonden en zal zijn levenswandel richten op de Heer en zal de wegen gaan die Gods wegen zijn.
Abraham wordt door dit Verbond de Aartsvader, en zijn nageslacht zal eveneens de wegen des Heren moeten bewandelen omdat óók zij zijn opgenomen in dat Verbond, en dus óók afgezonderd zijn van de rest van de mensheid. (zie Jesaja 51:2).
Door de besnijdenis volgt dus de opname in het Verbond met God. Hierdoor werd de Jood een zoon van het Verbondsvolk en geheiligd door het uiterlijke verbondsteken.
0.T.=de besnijdenis geschiedde alleen bij de mannen, en toch zijn volgens 2 Kon.23:1-3, óók de vrouwen deelachtig aan dit verbond.
N.T.=Allen deelachtig; Handelingen 8:12.
Vers 29 : De ware Jood, -Godlover-, is hij , die het innerlijk is; die in zijn hart besneden is; dat is het werk van de geest van God en NIET van de geschreven wet van Mozes, die door de schriftgeleerden te zwaar werd gemaakt. Lukas 11:46.
Letter: wet van Mozes in de stenen tafelen,
Romeinen: onbesnedenen, heidenen.
In de geest: door de doop ingelijfd in het genadeverbond.
De opname van het Joodse volk in het Verbond met het uiterlijke teken van de besnijdenis, is dus niet voldoende.
Wij moeten dus besnedenen des harten worden.
Niet voldoende: Deuter.30:6-8, maar gehoorzamen.
Besnijdenis des harten: Deuter. 17:9-14.
Wiens lof niet is:
Door Jezus Christus kunnen óók de heidenen Abrahams kinderen worden omdat Hij de wet van Mozes geheel volbracht heeft op Golgotha.
Abraham ontving de genade Gods, als een onbesnedene, uit zijn geloof, Gen.17:24.
Hij is dus hierdoor de Vader van ALLE gelovigen, zowel IN de voorhuid, als van de besnedenen.
Door Jezus Christus zijn wij dus Abrahams zaad geworden en loven daarom God, en NIET de mensen.
1 Kor.7:19 (18.19)
vers 18: De besnijdenis heeft dus geen waarde meer, want hiervoor is de besnijdenis des harten, ofwel de doop, in de plaats gekomen en daarom moest Petrus ook afgaan naar de heidenen, Hand.11:1-3, want: "dewelken het niet verkondigd was, die zullen het zien".
(Vlgs.Jesaja 52:25).
vers 19: onderhouden der geboden Gods: Matth, 22:35-40; deze twee geboden omvatten de ganse wet en de profeten.
Gebod belangrijker dan de wet, omdat, wanneer men de naaste liefheeft, dan steelt, moord, enz. men niet.
Wanneer dus het gebod wordt gehouden dan wordt vanzelf de wet vervuld.
De liefdewet is dus zéér belangrijk: 1 Joh.3:21-24.
Galaten 5:6 en 6:15.
zie ook Handelingen 15:1 en de verzen 6, en 24-28.
Colossensen 2:11-13:
De besnijdenis zónder handen is dus de doop die voortvloeit uit het geloof in Jezus Christus. Efeze 2:11-13.
Vrouwen worden ook opgenomen in dit genadeverbond, net zoals dit vroeger ook het geval was met de besnijdenis.
O.T: 2 Kon.3:1-3, -allen, óók vrouwen en kinderen,
N.T: Handelingen 8:12, -a11en, mannen en vrouwen.
14/10/94 sdj.